Tip: Ontvang het belangrijkste cryptonieuws als eerste via de gratis Crypto Insiders app.
In het kort:
- Zowel consumenten als producenten waren in augustus positiever gestemd, al blijft het consumentenvertrouwen nog altijd ver onder het langjarig gemiddelde.
- De industrie produceerde in juni bijna 5 procent meer dan een jaar eerder, terwijl de werkloosheid juist opliep naar 4,0 procent.
- Het bruto binnenlands product (bbp) groeide in het tweede kwartaal met 0,4 procent, mede dankzij hogere consumentenuitgaven.
Consumenten en producenten positiever
Volgens de Conjunctuurklok van het CBS was het economische beeld in augustus minder negatief dan in juli.
Consumenten waren in augustus iets minder negatief dan een maand eerder, al bleef hun vertrouwen ver onder het gemiddelde van de afgelopen twintig jaar. Producenten waren juist positiever gestemd, en hun vertrouwen lag zelfs boven dat langjarige gemiddelde.
Ook andere cijfers wezen op groei. Nederlandse bedrijven exporteerden in juni 3,1 procent meer goederen dan een jaar eerder, vooral aardolieproducten, machines en elektrotechnische apparaten.
Huishoudens gaven in dezelfde maand 1,7 procent meer uit dan in juni vorig jaar, met name aan goederen.
Ook de bedrijfsinvesteringen namen toe, met 2,7 procent meer investeringen in onder meer gebouwen en vrachtwagens dan een jaar eerder.

Meer productie, maar ook meer werkloosheid
De Nederlandse industrie produceerde in juni 4,6 procent meer dan in juni vorig jaar. In mei lag die groei nog hoger, op 6,8 procent. Vergeleken met mei zelf daalde de productie in juni juist met 1,3 procent.
Op de arbeidsmarkt is het beeld minder positief. De werkloosheid steeg in juli naar 4,0 procent, goed voor 404 duizend werklozen. Ook werkten Nederlanders in het tweede kwartaal gezamenlijk iets minder uren dan in het kwartaal ervoor, en daalde het aantal openstaande vacatures verder tot 375 duizend.

Het bruto binnenlands product (bbp) groeide in het tweede kwartaal van 2026 met 0,4 procent ten opzichte van het kwartaal ervoor. Vooral de uitgaven van huishoudens en de overheid droegen bij aan deze groei.

