
Alejandro Betancourt mocht tot mei dit jaar het Verenigd Koninkrijk niet verlaten. Hij vocht daar tegen een Zwitsers uitleveringsverzoek in een onderzoek naar mogelijke witwaspraktijken. Drie maanden later staat hij plotseling centraal in wat president Donald Trump “de grootste oliedeal uit de geschiedenis” noemt.
Volgens de Financial Times werkt de Amerikaanse regering nu samen met Betancourts bedrijf North American Blue Energy Partners om de Venezolaanse olie-industrie nieuw leven in te blazen. Het gaat om toegang tot meer dan 65 miljard vaten aan reserves.
Van verdachte zakenman naar Amerikaanse partner
Washington zag Venezuela jarenlang als een corrupte dictatuur die haar eigen olie-industrie had vernietigd. Maar sinds de arrestatie van Nicolás Maduro en de nieuwe machtsverhoudingen in Caracas probeert de regering-Trump juist de economie weer op gang te trekken.
Daarvoor heeft zij iemand nodig die het Venezolaanse systeem begrijpt. Betancourt is zo iemand.
In Venezuela staat hij bekend als een Bolichico, een politiek verbonden zakenman die rijk werd tijdens de Bolivariaanse revolutie van Hugo Chávez. Voorstanders noemen hem handig, effectief en in staat om kapitaal en logistieke problemen op te lossen.
Critici zien hem als symbool van alles wat misging in Venezuela.
Rijk geworden tijdens stroomcrisis
Betancourt bouwde zijn fortuin op in de elektriciteitssector. Zijn bedrijf Derwick Associates kreeg tussen 2009 en 2011 overheidscontracten om energiecentrales te bouwen, nadat droogte de Venezolaanse waterkrachtproductie had geraakt.
Later beschuldigden anti-corruptiewaakhonden en een parlementaire commissie Derwick van forse prijsopdrijving. Formele aanklachten kwamen er niet en het bedrijf ontkende wangedrag.
Toch bleef de reputatieschade hangen. Voor veel Venezolanen werd Betancourt het gezicht van een elite die rijk werd terwijl het land in stroomstoringen, armoede en economische chaos belandde.
Waarom Trump hem toch nodig heeft
De reden dat Washington hem nu omarmt is dat Betancourt kan leveren. In de olie-industrie kreeg hij opnieuw grip op het Petrozamora-project, waarna de productie steeg van 20.000 naar 200.000 vaten per dag.
Dat trok de aandacht van Amerikaanse beleidsmakers. De regering-Trump wil volgens betrokkenen een soort “mini-PDVSA” bouwen die sneller kan handelen dan de verzwakte staatsoliemaatschappij. Betancourt moet daarbij lokale kennis, politieke toegang en operationele ervaring leveren.
Daar staan Amerikaanse garanties en geopolitieke belangen tegenover.
Het bericht De Bolichico die Trumps Venezolaanse olie moet oppompen verscheen eerst op Newsbit.

