
Het kabinet heeft deze week vier mogelijke routes op tafel gelegd voor de toekomst van box 3, nu het omstreden plan om papieren beleggingswinst te belasten opnieuw is uitgesteld. Zelf kiest het kabinet nog niet, want de partijen in het parlement liggen daarvoor te ver uit elkaar.
Wat het ook wordt, de schatkist gaat er miljarden op achteruit. En op het ministerie van Financiën spreken de twee verantwoordelijke bewindslieden elkaar inmiddels openlijk tegen over de afslag die genomen moet worden.
Waarom box 3 vastloopt
Box 3 is de belasting op spaargeld en beleggingen. De Hoge Raad haalde het rekenen met een verondersteld rendement eind 2021 onderuit, waarna een noodstelsel met tegenbewijsregeling kwam dat de staat zo’n 2,4 miljard euro per jaar kost. Wie kan aantonen dat zijn werkelijke rendement lager is dan het forfait waarmee de Belastingdienst rekent, betaalt dan over dat lagere bedrag.
De opvolger, de Wet werkelijk rendement, belast elk jaar de waardestijging van een portefeuille. Het probleem is dat Nederlanders dan ook moeten aftikken zonder dat ze op de verkoopknop hebben gedrukt. Daar kwam zoveel verzet tegen dat de wet in de Eerste Kamer aan een zijden draadje hangt.
Vier routes voor box 3
In een Kamerbrief hebben minister van Financiën Eelco Heinen (VVD) en staatssecretaris Eelco Eerenberg (Fiscaliteit, D66) dinsdag vier scenario’s op een rij gezet. Tegelijk vragen ze de senaat om de wet een halfjaar te laten liggen.
Een besluit valt op zijn vroegst rond de Voorjaarsnota van 2027. Alle opties kosten volgens de brief flink wat geld.
Scenario 1: de wet oplappen
Het eerste scenario repareert het huidige voorstel met een lagere belastingdruk, betere regels bij huwelijk en scheiding en een carry-back-regeling, waarmee verliezen verrekend mogen worden met winst uit het jaar ervoor.
Maar de pijn zit dieper dan deze pleisters. Wie niets verkoopt, krijgt nog altijd een rekening voor winst die hij niet in handen heeft. Mensen kunnen zo gedwongen worden om een deel te verkopen, terwijl ze dat eigenlijk helemaal niet van plan waren.
Scenario 2: tussenstop tot 2030
Route twee laat de wet, de zogeheten vermogensaanwasbelasting, per 2028 ingaan als tussenstap. En in 2030 zou dan een vermogenswinstbelasting volgen waarbij de fiscus pas heft zodra een belegger iets verkoopt. Beleggers krijgen dan binnen twee jaar twee keer een nieuw systeem voor hun kiezen.
Scenario 3: intrekken en wachten
Het derde scenario trekt de wet in en rekt het huidige noodstelsel op tot 2030. Dit zou de duurste afslag zijn, want de gemiste belastingopbrengst loopt tot en met 2035 op tot bijna 20 miljard euro. Als je nu meer verdient dan het veronderstelde percentage, hoef je daar immers geen belasting over betalen.
Scenario 4: meteen heffen bij verkoop
De snelste route voert al per 2028 een vermogenswinstbelasting in, voor ongeveer 90 procent van het vermogen in box 3. Heinen wil die kant op en zet het parlement onder druk. “Ik geef iedereen tot het eind van het jaar”, zegt hij in De Telegraaf.
Eerenberg noemt dat tempo in Het Financieele Dagblad juist een ”groot risico”, omdat de Belastingdienst de aangiftes dan nog niet kan controleren.
Voorlopig verandert er niets
Tot Den Haag kiest, blijft het huidige stelsel in ieder geval staan. Over 2026 betalen beleggers 36 procent belasting over een verondersteld rendement van 6 procent, boven een heffingsvrij bedrag van 59.357 euro per persoon.
Eerst is de senaat aan zet. Stemt die de wet de komende weken alsnog weg, dan blijven alleen de snelste en de duurste route over.
Het bericht Box 3 krijgt 4 scenario’s: conflict binnen ministerie van Financiën verscheen eerst op Newsbit.

