Nederlanders die goud, zilver of andere edelmetalen als belegging bezitten, krijgen mogelijk te maken met een flinke belastingverzwaring. Het kabinet presenteerde dinsdag een nieuw plan voor box 3.

Daarin krijgen aandelen vanaf 2028 een vermogenswinstbelasting, waarbij pas bij verkoop wordt afgerekend. Cryptomunten en ook fysiek goud en zilver lijken twee jaar langer te moeten wachten.

Het gaat nog om een voorstel. De Tweede en Eerste Kamer moeten ermee instemmen. Toch zijn de gevolgen voor bezitters van fysiek goud en zilver aanzienlijk als de plannen doorgaan. Vooral in 2027 stijgt de belastingdruk.

Goud en zilver worden in 2027 zwaarder belast

Wie fysiek goud, zilver, platina of palladium als belegging bezit, valt momenteel in box 3. De Belastingdienst rekent roerende zaken die als belegging worden aangehouden tot de overige bezittingen. Bezittingen voor eigen gebruik zijn in principe vrijgesteld.  

Dat onderscheid is bijvoorbeeld relevant voor sieraden. Een gouden sieraad voor eigen gebruik valt doorgaans niet in box 3. Goudbaren of gouden munten die iemand als belegging aanhoudt, vallen daar in beginsel wel onder.

In 2026 geldt voor overige bezittingen een forfaitair rendement van zes procent. Over het berekende box 3-inkomen wordt vervolgens 36 procent belasting geheven. Het heffingsvrije vermogen bedraagt 59.357 euro per persoon en 118.714 euro voor fiscale partners.  

Daar komt volgend jaar verandering in. Het kabinet wil het heffingsvrije vermogen in 2027 verlagen naar 30.846 euro per persoon. Dat is het niveau van 2020. Tegelijkertijd wordt het forfait voor overige bezittingen met 1,5 procentpunt verhoogd. Die twee maatregelen moeten een deel van de nieuwe box 3-plannen financieren.

Voor bezitters van edelmetalen betekent dit dat ze eerder belasting verschuldigd kunnen zijn en dat de belastingdruk over het belaste vermogen stijgt. Bij een forfait van 7,5 procent en een belastingtarief van 36 procent komt de heffing rekenkundig uit op maximaal ongeveer 2,7 procent van het belaste vermogen, tegenover ongeveer 2,16 procent bij het huidige forfait van zes procent.

Dat staat los van de mogelijkheid om een lager werkelijk rendement aannemelijk te maken wanneer de regels daarvoor van toepassing zijn.

Fysiek goud lijkt voordeel vanaf 2028 mis te lopen

Vanaf 2028 wil het kabinet het systeem ingrijpend veranderen. Het uitgangspunt wordt vaker een vermogenswinstbelasting. Daarbij wordt waardestijging niet ieder jaar belast. De fiscus rekent in beginsel af wanneer de winst daadwerkelijk wordt gerealiseerd.

Het kabinet kiest daarbij bewust voor een tussenstap. Vanaf 2028 wordt de vermogenswinstbelasting uitgebreid naar alle financiële instrumenten. In de Kamerbrief worden onder meer aandelen, obligaties en opties genoemd. Volgens het kabinet valt daardoor ongeveer 90 procent van het box 3-vermogen met waardeontwikkeling onder deze methode. 

Voor overige vermogensbestanddelen volgt de volledige overstap volgens het voorstel pas in 2030. De brief noemt goud, zilver en andere edelmetalen niet afzonderlijk. Dat betekent dat uit de Kamerbrief alleen niet definitief kan worden vastgesteld hoe ieder product juridisch wordt ingedeeld.

Voor fysiek edelmetaal ligt indeling bij de overige vermogensbestanddelen echter voor de hand. Fysieke goudbaren en zilveren munten zijn immers geen aandelen, obligaties of opties en worden nu als roerende beleggingen binnen box 3 behandeld. Dat zou betekenen dat bezitters ervan in 2028 en 2029 nog niet profiteren van dezelfde vermogenswinstsystematiek als beleggers in financiële instrumenten.  

Het verschil kan groot zijn. Bij een vermogenswinstbelasting ontstaat de heffing over waardestijging pas wanneer de winst wordt gerealiseerd. Bij een systeem dat tussentijdse waardestijging belast, kan belasting verschuldigd zijn terwijl het edelmetaal helemaal niet is verkocht.

Vanaf 2028 verdwijnt volgens het voorstel bovendien het huidige heffingsvrije vermogen. Daarvoor komt een heffingsvrij resultaat van 1.000 euro in de plaats.

Goudfonds kan fiscaal anders uitpakken dan goudbaar

Daardoor ontstaat mogelijk een opvallend verschil tussen rechtstreeks bezit van edelmetaal en beleggen via de beurs.

Wie een goudbaar fysiek bezit, houdt een roerende zaak aan. Wie via een beursgenoteerd financieel product blootstelling aan de goudprijs krijgt, bezit daarentegen een financieel instrument. Of een specifiek goudfonds, ETF of ETC daadwerkelijk onder de nieuwe regeling vanaf 2028 valt, hangt af van de juridische vorm van dat product en de uiteindelijke wettekst.

Het kabinet schrijft dat in 2030 ook de overige vermogensbestanddelen moeten overstappen naar een volledige vermogenswinstbelasting. Daarmee zou het tijdelijke onderscheid vanaf dat moment verdwijnen. 

Zover is het nog niet. Het kabinet spreekt zelf van een “ambitieus tijdpad”. De aanpassing moet via een novelle op de Wet werkelijk rendement box 3 worden geregeld en voor 31 december door de Eerste Kamer zijn aangenomen. De Raad van State krijgt daarom naar verwachting het verzoek om met spoed advies uit te brengen. 

Het bericht Nieuwe box 3 regels pakken mogelijk slecht uit voor bezitters van goud en zilver verscheen eerst op Newsbit.

Wil je op de hoogte blijven van het laatste nieuws, artikelen en YouTube video’s? Abonneer je dan op onze push-berichten op Telegram of Twitter.
Heb je vragen of wil je in contact komen met andere crypto fanaten join dan onze  Telegram chat!