
De vermogenskloof in de Verenigde Staten is groter dan ooit. De rijkste 1 procent van de Amerikaanse huishoudens bezit inmiddels 32,5 procent van al het Amerikaanse vermogen, een record. Dat blijkt uit cijfers van de Federal Reserve.
Sinds 2020 kwam er bij die top 1 procent zo’n 30 biljoen dollar (omgerekend ruim 25 biljoen euro) aan vermogen bij. De onderste helft van alle huishoudens, zo’n 67 miljoen gezinnen, bezit samen slechts 4,3 biljoen dollar.
Amerika werd rijker, maar vooral aan de top
Op het eerste gezicht gaat het Amerika voor de wind. Het totale vermogen van Amerikaanse huishoudens steeg van 101 biljoen dollar begin 2020 naar zo’n 185 biljoen dollar nu, een stijging van 83 procent in ruwweg zes jaar. Ter vergelijking: op het dieptepunt van de kredietcrisis in 2009 was dat 55 biljoen.
De verdeling van die groei is echter scheef. De top 1 procent, ongeveer 1,4 miljoen huishoudens, is met 60,3 biljoen dollar ruim 14 keer zo rijk als de hele onderste helft samen. De top 10 procent bezit inmiddels 70 procent van al het vermogen.
Bovenaan is de groei het hardst gegaan. De rijkste 0,1 procent zag het vermogen sinds 2019 verdubbelen, een stijging van 14,5 biljoen dollar. Per huishouden in die groep gaat het om gemiddeld zo’n 200 miljoen dollar (ruim 170 miljoen euro).
Inflatie als stille motor achter de kloof
Een veelgedeelde analyse van The Kobeissi Letter wijst de inflatie aan als belangrijke aanjager. Het platform noemde de Amerikaanse steunpakketten van ruim 4 biljoen dollar uit 2020 eerder “de grootste onvrijwillige belasting in de Amerikaanse geschiedenis”: geen klassieke belasting, maar belasting via geldontwaarding.
De Amerikaanse inflatie ligt inmiddels 60 maanden op rij boven de doelstelling van 2 procent van de Federal Reserve. De laatste keer dat dat gebeurde was in de jaren tachtig. De dollar verloor sinds 2020 ongeveer 23 procent van zijn koopkracht.
Dat raakt vooral wie géén beleggingen heeft. Wie bezittingen heeft die sinds 2020 zo’n 30 procent in waarde stegen, speelde na inflatie ongeveer quitte. Wie alleen spaargeld of loon heeft, ging er in koopkracht simpelweg op achteruit.
De verdeling van beleggingen verklaart vervolgens waarom de kloof groeit. De rijkste 0,1 procent houdt bijna 60 procent van het vermogen aan in aandelen en beleggingsfondsen. Bij de onderste helft van de huishoudens is dat slechts 4 procent. Stijgende beurzen vergroten daardoor vrijwel automatisch het verschil.
‘Dit is pas het begin’
Volgens The Kobeissi Letter is de tweedeling nog niet op haar hoogtepunt. Naarmate kunstmatige intelligentie de economie verder verandert en de inflatie hoog blijft, kan de kloof verder groeien. Wie geen beleggingen bezit, mist de waardestijging én ziet de koopkracht dalen.
Het platform wijst daarbij ook op de obligatiemarkt. De Amerikaanse dertigjaarsrente steeg naar het hoogste niveau sinds 2002, mede door recordtekorten op de begroting en de aanhoudende inflatie. De boodschap van het account blijft dan ook onveranderd: bezit activa, of blijf achter.
Het bericht Rijkste 1 procent VS bezit nu een derde van al het vermogen verscheen eerst op Newsbit.

