

Bitcoin (BTC) lijkt zijn eigen draaiboek te verscheuren. De crypto-winter die volgens de vierjarige cyclus nog maanden had moeten duren, lijkt nu al voorbij te zijn. En dat is precies de reden waarom de koers van de grootste cryptomunt ook zo hard omhoog gaat.
Vierjarige cyclus van Bitcoin
Bitcoin staat bekend om zijn voorspelbare cycli, waarin stijgende en dalende markten altijd nagenoeg even lang duurden.
Een bearmarkt is een langdurige periode van dalende koersen, een bullmarkt is de positieve tegenhanger.
De bitcoin halving is de dirigent van die cycli. Om de 210.000 transactieblokken, grofweg eens in de vier jaar, halveert het aantal nieuwe bitcoins dat in omloop komt. Zo wordt de digitale munt schaarser.
Miners strijken daardoor steeds minder munten op voor het beveiligen van het blockchain-netwerk. En juist die krimpende aanvoer werkt positief op de koers.
Na elke halving volgde een bullmarkt. De afgelopen drie keer duurde die telkens 35 weken, met de top in het vierde kwartaal van het jaar na de halving.
De bearmarkten van 2018 en 2022 duurden precies een jaar, die van 2014 14 maanden. Ook de bodems lagen telkens in het vierde kwartaal.
Dit keer lijkt dat patroon niet op te gaan. Sinds het dieptepunt van 57.800 dollar op 1 juli is Bitcoin al meer dan 50 procent gestegen.
Die rally bracht Bitcoin boven meerdere belangrijke niveaus, zoals de gemiddelde aankoopprijs van alle actieve beleggers en het 50-weekse gemiddelde.
Wat mensen vooral doet geloven dat de bearmarkt voorbij is: Bitcoin zette voor het eerst sinds oktober weer een hogere top neer. Gisteren brak de koers door de piek van mei op 82.850 dollar.
Daarna schoot Bitcoin meteen door naar 87.400 dollar, de hoogste stand sinds januari.
Geld aan de zijlijn wordt zenuwachtig
Op 6 oktober bereikte Bitcoin zijn recordstand van 126.200 dollar en daarna is de munt meer dan de helft van zijn waarde kwijtgeraakt.
Hoewel er redenen waren om te geloven dat Bitcoin zou breken met zijn vierjarige cyclus – het effect van de halving wordt immers steeds kleiner terwijl de institutionele adoptie flink toeneemt – werd de top opnieuw gewoon in het vierde kwartaal van het jaar na de halving bereikt.
Daardoor leek het logisch om te verwachten dat de bodem opnieuw ergens rond de maand oktober zou vallen.
Nu lijkt Bitcoin andere plannen te hebben, terwijl veel mensen dus nog aan het wachten zijn om opnieuw in te schalen. Het geld dat klaarstond om straks goedkoop in te slaan, moet nu kiezen: blijven wachten op prijzen die misschien nooit meer zullen komen, of instappen tegen een hogere prijs.
Hoe verder de koers loopt, hoe groter de druk om toch te kopen. Dat is het bekende gevoel van FOMO (fear of missing out): de angst om de boot te missen.
Veel beleggers blijven eerst hangen aan de prijs die ze misten. Wie bitcoin rond 58.000 dollar had kunnen kopen, vindt 87.000 dollar al snel te duur. Psychologen noemen dat ankering.
Daar komt het ego bij. Instappen betekent toegeven dat de bodem al geweest is en dat de eigen analyse niet klopte. Dat slikken beleggers liever niet, dus wachten ze nog even op een terugval.
Maar die weerstand heeft een houdbaarheidsdatum. Elke nieuwe stijging maakt de pijn van het missen groter, tot die zwaarder weegt dan het ongelijk. Dan gaan de twijfelaars vaak in één keer overstag.
Juist dat maakt de beweging zo fel. De vraag die maandenlang aan de zijlijn werd opgespaard, komt in korte tijd de markt in. Tegelijkertijd hebben beleggers die de daling hebben uitgezeten weinig haast om te verkopen.
Het bericht Bitcoin koers breekt met het verleden en dat is brandstof voor de rally verscheen eerst op Newsbit.

