Je hebt crypto en dan komt de aangifte om de hoek kijken. Ergens weet je: dat gaat via box 3. Maar de details blijven vaag, vooral rond die ene datum die overal opduikt: 1 januari. Koop je in december nog snel iets bij, dan telt dat al mee. Daalt de koers in februari hard, dan verandert dat niets meer aan je aangifte. Hieronder lees je hoe de Belastingdienst je crypto waardeert, welke percentages voor 2026 gelden en welke valkuil rond de jaarwisseling je vermogen duurder maakt dan nodig.
Het korte antwoord: crypto valt in box 3, gewaardeerd op de peildatum
Crypto is voor de Belastingdienst geen aparte categorie. Het valt onder “overige bezittingen” in box 3, samen met bijvoorbeeld aandelen en een tweede woning. Er bestaat dus geen speciale cryptobelasting, wel een vaste manier van waarderen: je geeft de waarde in het economisch verkeer aan op 1 januari van het belastingjaar, de peildatum, tegen de koers van het omwisselplatform dat je zelf gebruikt (bron: Belastingdienst, cryptovaluta, geraadpleegd 17-09-2026).
Heb je op 1 januari geen crypto meer, dan hoef je die voor dat jaar ook niet aan te geven. Precies dat detail maakt de peildatum belangrijker dan hij op het eerste gezicht lijkt.
Waarom die peildatum in december zwaarder telt dan je denkt
Bij box 1, je loon of winst, telt vooral wat je gedurende het jaar hebt verdiend. Box 3 werkt anders. Er wordt niet gekeken naar hoe lang je iets in bezit had, alleen naar wat er op 1 januari op je naam stond. Koop je op 28 december voor het eerst crypto, dan telt de volledige waarde op 1 januari mee, ook al heb je de munten dan nog geen week.
Dat werkt ook door bij lenen. Koop je crypto met geleend geld en staat die lening op 1 januari nog open, dan tellen zowel het bezit als de schuld mee op de peildatum. Klinkt neutraal, is het niet. Het forfaitaire rendement op “overige bezittingen” ligt voor 2026 op 6,00%, terwijl de aftrek voor schulden op 2,70% staat (bron: Belastingdienst, berekening box 3-inkomen 2026, geraadpleegd 17-09-2026). Je bezit wordt dus zwaarder belast dan je schuld wordt afgetrokken. Crypto kopen met een lening vlak voor de jaarwisseling verhoogt op papier je belastbare grondslag, ook al is je werkelijke vermogen door die lening niet groter geworden.
De percentages voor 2026 op een rij
| Categorie | Percentage 2026 | Status |
|---|---|---|
| Banktegoeden | 1,28% | Voorlopig |
| Beleggingen en overige bezittingen (incl. crypto) | 6,00% | Vastgesteld |
| Schulden (aftrek) | 2,70% | Voorlopig |
Opvallend: het percentage voor beleggingen en overige bezittingen staat al vast, terwijl de percentages voor banktegoeden en schulden nog voorlopig zijn. De Belastingdienst stelt die twee pas begin 2027 definitief vast, aan de hand van de werkelijke spaarrente en hypotheekrente van dat jaar (bron: Belastingdienst, berekening box 3-inkomen 2026, geraadpleegd 17-09-2026). Voor crypto zelf verandert er dus niets meer, voor je spaargeld en schulden kan de definitieve aanslag nog iets afwijken van de voorlopige.
Daar komt het heffingsvrij vermogen bij: €59.357 per persoon, of €118.714 voor fiscale partners samen. Zit je met al je bezittingen samen onder die grens, dan betaal je geen box 3-belasting. Het tarief daarboven ligt op 36%, en voor schulden geldt een drempel van €3.800 per persoon die je niet mag aftrekken (bron: Belastingdienst, berekening box 3-inkomen 2026, geraadpleegd 17-09-2026).
Ter vergelijking: voor 2025, het laatste jaar met definitieve cijfers, golden 1,37% voor spaargeld, 5,88% voor beleggingen en overige bezittingen, en 2,70% voor schulden (bron: Belastingdienst, percentages fictief rendement, geraadpleegd 17-09-2026). De percentages schuiven elk jaar mee met de rente. Reken dus niet blind met de cijfers van vorig jaar.
Kopen of verkopen vlak voor 1 januari: de peildatumarbitrage-valkuil
Zet je crypto vlak voor de jaarwisseling tijdelijk om in spaargeld, om na 1 januari weer terug te kopen, dan lijkt dat een simpele manier om van het hoge percentage op “overige bezittingen” naar het lage percentage op banktegoeden te schuiven. De wetgever heeft die truc al voorzien. De Overbruggingswet box 3 bevat een anti-arbitragebepaling die precies dit soort omzettingen rond de peildatum corrigeert.
De regeling kijkt naar een periode van drie maanden vóór en drie maanden ná 1 januari. Zet je in die drie maanden voor de peildatum beleggingen of andere bezittingen om in spaargeld, en stijgen je beleggingen terwijl je spaargeld in de drie maanden erna weer daalt, dan telt de Belastingdienst de oorspronkelijke samenstelling van je vermogen alsnog mee (bron: Belastingdienst, vermogen verplaatsen binnen box 3, geraadpleegd 17-09-2026). Dat geldt niet als je kunt aantonen dat je een zakelijke reden had die niets met belastingbesparing te maken heeft, of als er meer dan drie maanden tussen de transacties zit. Op de aangifte zelf wordt hier ook naar gevraagd: je geeft zelf aan of zulke transacties hebben plaatsgevonden.
De tegenbewijsregeling: wanneer werkelijk rendement telt
Is je crypto in 2026 minder hard gestegen dan het forfaitaire percentage van 6,00% veronderstelt, of zelfs gedaald, dan hoef je dat forfait niet zomaar te accepteren. Via de tegenbewijsregeling kun je de Belastingdienst vragen te heffen over je werkelijk behaalde rendement in plaats van het fictieve percentage.
Waar het vaak misgaat in de aanname: die regeling geldt voor je hele box 3-vermogen tegelijk, niet selectief voor de crypto die slecht presteerde. De Belastingdienst rekent het werkelijk rendement over je totale vermogen, en heb je in hetzelfde jaar op het ene deel winst en op het andere verlies, dan wordt dat met elkaar verrekend (bron: Belastingdienst, wat is mijn werkelijk rendement, geraadpleegd 17-09-2026). Heb je naast crypto ook spaargeld of een verhuurd pand, dan reken je alles gezamenlijk door. Presteerde de rest van je vermogen wél beter dan het forfait, dan kan tegenbewijs per saldo juist ongunstig uitpakken. Een koersdaling die zich pas ná 1 januari voordoet, verandert overigens niets aan de aangifte van dat jaar. Box 3 kijkt naar de waarde op de peildatum, niet naar wat daarna gebeurt.
Meerdere wallets en de weg naar 2028
Heb je crypto verspreid over een wallet, een paar exchanges en misschien nog een klein bedrag aan stakingbeloningen, dan is overzicht houden het grootste praktische probleem, groter dan de rekensom zelf. Beloningen uit staking kunnen afhankelijk van omvang en frequentie ook als resultaat uit overige werkzaamheden in box 1 vallen in plaats van in box 3. Dat is een aparte beoordeling die verder gaat dan dit artikel, maar wel iets om in de gaten te houden zodra je actief aan staking doet in plaats van je crypto alleen aan te houden.
Vanaf 2026 wisselen belastingdiensten binnen de EU bovendien automatisch gegevens uit over crypto-tegoeden bij aanbieders, via de Europese richtlijn DAC8. Voor de praktijk betekent dit dat een tegoed op een buitenlands platform net zo goed in beeld komt als een tegoed dichter bij huis.
Deze hele opzet, forfaitair rendement met een tegenbewijsregeling, is bovendien tijdelijk. De Overbruggingswet box 3 geldt tot en met 2027. Vanaf 2028 is een nieuw stelsel gepland waarin niet een fictief percentage, maar je werkelijk behaalde rendement de basis wordt, inclusief ongerealiseerde koerswinst op crypto die je nog in bezit hebt. De Tweede Kamer nam het wetsvoorstel aan op 12 februari 2026, maar de Eerste Kamer moet er nog over stemmen. Definitief is het dus nog niet (bron: Rijksoverheid, tijdlijn Wet werkelijk rendement box 3, geraadpleegd 17-09-2026). Zoek je een breder overzicht van hoe je crypto precies in je aangifte verwerkt, dan vind je dat in onze gids over crypto en Bitcoin belasting.
Veelgestelde vragen
Moet ik crypto altijd aangeven in box 3?
Ja, crypto geef je aan in box 3, ook als je uiteindelijk geen belasting betaalt. Betalen doe je pas zodra de totale waarde van al je bezittingen samen boven het heffingsvrije bedrag uitkomt. Voor 2026 ligt die grens op €59.357 per persoon, of €118.714 voor fiscale partners samen. Zit je daaronder, dan betaal je geen box 3-belasting, maar de crypto zelf vul je nog wel in bij je vermogen.
Welke koers gebruik ik om mijn crypto te waarderen?
Je waardeert je crypto op de koers van het omwisselplatform dat je zelf gebruikt, gemeten op de peildatum van 1 januari. Heb je munten op meerdere exchanges of in een eigen wallet staan, dan tel je de waarde van elk adres apart op tegen de koers van die dag. De Belastingdienst schrijft geen vaste koersbron voor, zolang je consistent dezelfde bron aanhoudt.
Wat gebeurt er als ik mijn crypto vlak voor 1 januari koop of verkoop?
Koop je crypto vlak voor 1 januari, dan telt de volledige waarde op de peildatum mee, ook al heb je de munten dan nog maar een paar dagen. Verkoop je crypto vlak voor die datum en zet je het geld tijdelijk om in spaargeld, dan kan de Belastingdienst dat aanmerken als peildatumarbitrage. De anti-arbitragebepaling uit de Overbruggingswet box 3 kijkt naar transacties in de drie maanden rond 1 januari en corrigeert de aangifte, tenzij je een zakelijke reden had die niets met belasting te maken heeft.
Telt crypto op een buitenlandse exchange ook mee in box 3?
Ja, crypto op een buitenlandse exchange telt evengoed mee in je box 3-vermogen. De Belastingdienst kijkt naar je wereldwijde bezit, niet naar waar het platform gevestigd is. Vanaf 2026 wisselen belastingdiensten binnen de EU bovendien automatisch gegevens over crypto-tegoeden uit via de Europese richtlijn DAC8, wat verzwijgen lastiger maakt.
Wat als de waarde van mijn crypto na 1 januari flink daalt?
Een koersdaling na 1 januari verandert niets aan je aangifte voor dat jaar. Box 3 gaat uit van de waarde op de peildatum, niet van wat er daarna met de koers gebeurt. Denk je dat het forfaitaire rendement van 6,00% op beleggingen hoger uitpakt dan wat je werkelijk hebt behaald over je hele box 3-vermogen, dan kun je via de tegenbewijsregeling het werkelijke rendement laten gelden, niet alleen van de crypto.
Dit artikel legt uit hoe de regels werken en is geen beleggingsadvies of fiscaal advies. Twijfel je over je persoonlijke situatie, raadpleeg dan een belastingadviseur of de Belastingdienst zelf.
Bronnen: Belastingdienst.nl (cryptovaluta-pagina, berekening box 3-inkomen 2026, percentages fictief rendement 2025, vermogen verplaatsen binnen box 3, wat is mijn werkelijk rendement), geraadpleegd 17-09-2026. Rijksoverheid.nl, tijdlijn Wet werkelijk rendement box 3, geraadpleegd 17-09-2026. De definitieve percentages voor banktegoeden en schulden over 2026 zijn nog niet vastgesteld door de Belastingdienst; dit artikel gebruikt de voorlopige cijfers en vermeldt dat expliciet.
The post Crypto en box 3: hoe de Belastingdienst je bezit waardeert appeared first on Coinliners.nl.

