bankers, investorsbankers, investors

De obligatiemarkt zorgt opnieuw voor onrust onder beleggers. Wereldwijd stonden obligaties deze week onder druk, waardoor herinneringen aan het dramatische beursjaar 2022 weer naar boven komen.

Toch waarschuwt Morningstar-strateeg Christine Benz dat beleggers zich mogelijk op het verkeerde probleem richten. Niet de dagelijkse beweging van obligatiekoersen, maar het proberen te timen van de markt kan uiteindelijk veel meer rendement kosten.

De boodschap is vooral relevant voor beleggers die obligaties gebruiken als het veilige deel van hun portefeuille. Volgens Benz moeten zij niet proberen iedere beweging in de rentemarkt te voorspellen. Juist voorzichtigheid en een duidelijke beleggingshorizon zijn belangrijk.

Obligatiemarkt roept herinneringen aan 2022 op

De recente dalingen op de obligatiemarkt lijken op het eerste gezicht weinig spectaculair. Op 1 september stonden brede obligatie-indexfondsen ongeveer een half procent lager. Over heel 2026 was het verlies op dat moment nog beperkt.

Toch ligt 2022 bij veel beleggers nog vers in het geheugen. Dat jaar verhoogde de Amerikaanse centrale bank de rente zeven keer in een poging de hoge inflatie onder controle te krijgen.

De gevolgen voor obligaties waren uitzonderlijk groot. Een gemiddeld obligatiefonds met een middellange looptijd verloor ongeveer dertien procent. Amerikaanse staatsobligaties met een lange looptijd kregen het nog zwaarder te verduren en verloren bijna dertig procent.

Daar kwam bij dat de rente aan het begin van 2022 bijzonder laag stond. De Amerikaanse tienjaarsrente lag rond 1,5 procent. Beleggers ontvingen daardoor weinig rente-inkomsten om de dalende obligatiekoersen te compenseren.

De situatie is volgens Benz nu wezenlijk anders. De Amerikaanse tienjaarsrente ligt rond 4,8 procent. Daardoor ontvangen beleggers aanzienlijk meer rente, wat een grotere buffer biedt wanneer obligatiekoersen tijdelijk dalen.

Beleggers vergeten waarvoor obligaties bedoeld zijn

Volgens Benz ontstaat een deel van de onrust doordat beleggers obligaties op dezelfde manier beoordelen als aandelen. Dat is volgens haar een verkeerde benadering.

Aandelen zijn binnen een traditionele portefeuille vooral bedoeld om vermogen op lange termijn te laten groeien. Obligaties hebben doorgaans een andere functie. Ze moeten stabiliteit bieden en geld beschermen dat binnen een aantal jaren nodig kan zijn.

Benz vat dat verschil samen als: “return of capital, not return on capital”. Oftewel, bij het veilige deel van een portefeuille draait het vooral om het terugkrijgen van het ingelegde vermogen, niet om het behalen van een zo hoog mogelijk rendement.

Voor beleggers die precies weten wanneer ze hun geld nodig hebben, kunnen individuele Amerikaanse staatsobligaties of inflatiebeschermde staatsobligaties interessant zijn. Wanneer deze tot de einddatum worden aangehouden, is de tussentijdse koersbeweging minder belangrijk.

Voor geld dat binnen enkele jaren nodig is, noemt Benz zeer veilige en liquide beleggingen zoals geldmarktfondsen en spaarproducten. Wie een langere horizon van ongeveer drie tot tien jaar heeft, kan volgens haar kijken naar kwalitatief sterke obligatiefondsen met een korte of middellange looptijd.

Daarbij is vooral de looptijd belangrijk. Hoe langer een obligatie loopt, hoe sterker de koers doorgaans reageert op veranderingen in de rente. Langlopende obligatiefondsen kunnen daardoor aanzienlijk beweeglijker zijn dan veel beleggers verwachten.

Timing kost obligatiebeleggers rendement

Juist hier zit volgens Morningstar het grootste gevaar. Beleggers kunnen in de verleiding komen om na een daling uit obligaties te stappen en later weer in te stappen wanneer de vooruitzichten beter lijken.

Historische cijfers laten zien dat dit vaak verkeerd uitpakt.

Uit Morningstars onderzoek naar beleggersrendementen blijkt dat het gemiddelde belastbare obligatiefonds over de tien jaar tot eind december 2025 jaarlijks ongeveer drie procent rendement behaalde. De gemiddelde belegger in deze fondsen kwam echter uit op slechts 2,1 procent per jaar.

Dat verschil wordt onder meer veroorzaakt door het moment waarop beleggers geld inleggen en weer opnemen. Ook bij obligatie-ETF’s bleek de kloof tussen het rendement van het fonds en het daadwerkelijk behaalde rendement van beleggers groot.

Volgens Benz onderstreept dat hoe moeilijk het is om renteontwikkelingen te voorspellen. Zelfs professionele obligatiebeheerders doen vaak geen grote gok op de toekomstige richting van de rente.

Voor particuliere beleggers is het daarom belangrijker om te kijken wanneer ze hun geld nodig hebben en hoeveel risico daarbij past. Wie geld binnenkort nodig heeft, hoeft volgens Benz simpelweg geen extra risico te nemen voor een mogelijk iets hoger rendement.

Het bericht De obligatiebelegger verliest vooral aan zichzelf verscheen eerst op Newsbit.

Wil je op de hoogte blijven van het laatste nieuws, artikelen en YouTube video’s? Abonneer je dan op onze push-berichten op Telegram of Twitter.
Heb je vragen of wil je in contact komen met andere crypto fanaten join dan onze  Telegram chat!