

ECB-president Christine Lagarde wordt steeds ongeduldiger over de invoering van de digitale euro. De Europese Centrale Bank mikt nu op 2029, maar volgens Lagarde duurt dat veel te lang.
Ondertussen werken grote Europese banken wel aan een eigen euro-gedekte stablecoin, omdat de dominantie van de dollar in dit hoekje steeds groter wordt.
Frankfurt loopt achter de feiten aan
Het idee voor een digitale euro dook al in oktober 2020 op, toen de ECB een eerste rapport over een digitale centralebankmunt publiceerde. Een jaar later, in juli 2021, ging het project officieel van start. Inmiddels zijn we vijf jaar verder en is er nog altijd geen digitale euro in zicht.
Lagarde liet eind vorig jaar al haar onvrede blijken en sindsdien is dat ongeduld alleen maar toegenomen. Volgens het Financieel Dagblad blijft de ECB-president er onvermoeibaar voor pleiten dat er meer vaart achter wordt gezet.
Ze hamert erop dat de digitale euro ‘Europa’s strategische autonomie’ moet versterken. Toch komt het project pas in 2029 van de grond, schat de centrale bank zelf.
De vertraging zit vooral in Brussel. Een stemming in een commissie van het Europees Parlement is uitgesteld tot minstens juni en banken lobbyen stevig tegen het plan, uit angst dat spaargeld richting de digitale euro zal verdwijnen.
Aan de andere kant van de oceaan kiest Donald Trump juist de tegenovergestelde route. Hij verbood de Amerikaanse centrale bank een digitale dollar uit te geven, maar zette de deur juist wagenwijd open voor private dollar-stablecoins. Met de Genius Act, die hij vorig jaar tekende, kregen deze munten een stevige juridische basis.
De totale stablecoinmarkt is wereldwijd zo’n 320 miljard dollar waard en daarvan is 99 procent gekoppeld aan de Amerikaanse dollar. Tether, uitgever van de grootste stablecoin USDT, houdt naar eigen zeggen 117 miljard dollar aan Amerikaans schuldpapier aan om zijn munt te dekken. Daarmee jagen stablecoins ook de vraag naar Amerikaanse staatsobligaties aan.
Qivalis bouwt eigen vluchtweg
Tegen die dollar-overmacht willen Europese banken zelf iets in stelling brengen. Het Europese consortium Qivalis, met onder andere ING, BNP Paribas, BBVA en UniCredit aan boord, wil later dit jaar een eigen euro-stablecoin lanceren. De munt moet een privaat alternatief vormen voor de digitale euro van de ECB, maar dan jaren eerder beschikbaar.
Waar een stablecoin op een openbare blockchain leeft, draait de digitale euro op een centrale database van de ECB zelf. Je kunt het zien als contant geld in digitale vorm, want net als de munten en biljetten in je portemonnee komt er geen bank aan te pas.
“Wij zijn al zover en kunnen van start met stablecoins”, zegt Qivalis-ceo Jan-Oliver Sell tegen het Financieel Dagblad. Hij ziet zijn project niet als concurrent van de ECB, maar als onderdeel van een gelaagd betaalsysteem. “Wij zien onszelf als oplossing van het probleem. Het Europese antwoord op het probleem van digitale dominantie door de dollar.”
Qivalis werd eind 2025 opgericht en is niet de enige Europese poging. Société Générale lanceerde al in 2023 de EUR CoinVertible en in 2025 volgde de Eurau van AllUnity, een samenwerking van Deutsche Bank-dochter DWS, marketmaker Flow Traders en cryptobedrijf Galaxy.
Lagarde ziet zulke private munten juist als risico. Vorige week waarschuwde ze nog dat euro-stablecoins de stabiliteit van banken en het rentebeleid kunnen ondermijnen. Een eerdere koersduik van USDC tijdens de val van Silicon Valley Bank gebruikt ze als waarschuwing.
Voor Lagarde gaat het om meer dan techniek. ECB-bestuurslid Piero Cipollone vatte het scherp samen: “Als we de controle over ons geld verliezen, verliezen we de controle over onze economische lotsbestemming.”
Europa is voor kaartbetalingen nu al sterk afhankelijk van Amerikaanse spelers als Visa, Mastercard, Apple en Google. Bijna twee derde van alle kaartbetalingen in de eurozone wordt door niet-Europese bedrijven verwerkt.
Het bericht ECB-baas Lagarde verliest geduld: digitale euro duurt veel te lang verscheen eerst op Newsbit.

