Amerikaanse bankenAmerikaanse banken

Beursgenoteerde beleggingsfondsen, beter bekend als ETF’s, winnen wereldwijd steeds meer terrein. Traditionele beleggingsfondsen verliezen ondertussen hun dominante positie.

Volgens Erik Mauritz van De Beursfluisteraar kan deze verschuiving beleggers uiteindelijk meer dan 100 miljard dollar per jaar besparen. Toch betekent de groeiende populariteit van ETF’s niet automatisch dat beleggen voor iedereen goedkoper wordt.

ETF’s halen traditionele beleggingsfondsen steeds sneller in

De opmars van ETF’s is al jarenlang zichtbaar, maar de afgelopen tijd lijkt de ontwikkeling te versnellen. In 2008 stroomde er voor het eerst meer nieuw geld naar ETF’s dan naar traditionele beleggingsfondsen. Inmiddels zijn er in de Verenigde Staten zelfs meer ETF’s dan afzonderlijke beursgenoteerde aandelen.

De volgende mijlpaal komt mogelijk al in 2027. Naar verwachting telt de Amerikaanse markt dan meer ETF’s dan traditionele beleggingsfondsen. Daarmee zou een belangrijke machtsverschuiving binnen de beleggingswereld plaatsvinden. Europa loopt op deze ontwikkeling achter, al groeit ook hier de belangstelling voor beursgenoteerde fondsen.

Een belangrijk voordeel van een ⁠ETF is dat beleggers eenvoudig een brede verzameling aandelen of obligaties kunnen kopen. Veel van deze fondsen volgen automatisch een beursindex, waardoor er minder actief beheer nodig is. Dat vertaalt zich doorgaans in lagere kosten.

Niet iedere ETF is even goedkoop

Toch waarschuwt Mauritz dat beleggers niet alle ETF’s over één kam moeten scheren. Naast eenvoudige indexfondsen bestaan er steeds meer actief beheerde ETF’s. Daarbij proberen fondsbeheerders met eigen keuzes beter te presteren dan de markt, wat doorgaans hogere kosten met zich meebrengt.

Ook ETF’s met een hefboom winnen aan populariteit. Deze producten vergroten dagelijkse koersbewegingen, waardoor zowel winsten als verliezen sneller kunnen oplopen. Ze zijn daardoor aanzienlijk risicovoller dan traditionele indexfondsen.

De gemiddelde kosten van ETF’s laten bovendien zien dat de groei van het aanbod niet uitsluitend tot lagere tarieven leidt. In 2023 bedroegen de jaarlijkse kosten gemiddeld 0,172 procent. In 2026 is dat opgelopen naar ongeveer 0,182 procent. Traditionele beleggingsfondsen rekenen gemiddeld naar schatting 0,364 procent.

Wereldwijd ligt een enorme besparing binnen bereik

Het verschil tussen beide fondstypen lijkt klein, maar op wereldschaal gaat het om enorme bedragen. Volgens de aangehaalde cijfers zit wereldwijd ongeveer 59 biljoen dollar in traditionele beleggingsfondsen, exclusief geldmarktfondsen. ETF’s vertegenwoordigen inmiddels ongeveer 22,4 biljoen dollar.

Wanneer al het vermogen uit traditionele fondsen zou worden overgeheveld naar ETF’s tegen de genoemde gemiddelde tarieven, levert dat theoretisch een jaarlijkse besparing van ongeveer 107,5 miljard dollar op. Het gaat nadrukkelijk om een rekenvoorbeeld, niet om een voorspelling dat deze overstap daadwerkelijk plaatsvindt.

Voor Europese beleggers kan het verschil nog groter zijn. Sommige traditionele fondsen rekenen hier jaarlijks meer dan één procent aan kosten. In Nederland blijft het beeld minder duidelijk, omdat De Nederlandsche Bank ETF’s niet afzonderlijk uitsplitst in zijn statistieken. Wel blijkt dat Nederlandse aandelenfondsen in juni samen ongeveer 91,3 miljard euro beheerden.

Het bericht ETF’s kunnen beleggers ruim $100 miljard per jaar besparen verscheen eerst op Newsbit.

Wil je op de hoogte blijven van het laatste nieuws, artikelen en YouTube video’s? Abonneer je dan op onze push-berichten op Telegram of Twitter.
Heb je vragen of wil je in contact komen met andere crypto fanaten join dan onze  Telegram chat!