


De Amerikaanse obligatiemarkt blijft Wall Street in zijn greep houden. De 30-jaarsrente steeg dinsdag boven 5,6 procent en bereikte daarmee het hoogste niveau sinds juni 2002. De 10-jaarsrente liep ondertussen richting 5,3 procent, het hoogste niveau sinds 2007.
Dat zorgde opnieuw voor druk op aandelen. De Dow Jones verloor meer dan 100 punten, terwijl de S&P 500 en Nasdaq licht daalden. Toch krijgen beleggers woensdagochtend enige verlichting.
Kans op renteverhoging stort plotseling in
De belangrijkste verandering komt vanuit de Amerikaanse centrale bank. John Williams, voorzitter van de Federal Reserve Bank of New York, zei dinsdagavond dat er geen reden is om haast te maken met een volgende renteverhoging.
Volgens hem heeft de centrale bank tijd om meer economische cijfers af te wachten. De markt reageerde direct. Maandag werd nog ongeveer 71 procent kans ingeprijsd op een renteverhoging van 25 basispunten in oktober.
Inmiddels is dat teruggevallen naar ongeveer 47 procent. Dat is een forse beweging in slechts twee dagen.
Vandaag wordt cruciaal voor de rente
Daarmee verschuift alle aandacht naar de PCE-inflatie die woensdag verschijnt. Dat is de favoriete inflatiemaatstaf van de Amerikaanse centrale bank. Economen verwachten dat de prijzen in augustus met 0,3 procent zijn gestegen ten opzichte van juli, waardoor de jaarlijkse inflatie uitkomt op ongeveer 3,7 procent.
Een hoger cijfer kan de kans op een nieuwe renteverhoging direct weer omhoog duwen. En daarmee waarschijnlijk ook de obligatierentes. Een meevallend inflatiecijfer kan juist eindelijk wat druk van de markt halen.
Opvallend: olie daalde al
Interessant genoeg stegen de obligatierentes dinsdag ondanks een flinke daling van de olieprijs. Dat is belangrijk. De afgelopen weken werd de stijgende rente vaak grotendeels aan olie en de daaruit voortkomende inflatievrees gekoppeld.
Als rentes ook zonder stijgende olie verder oplopen, suggereert dat dat de markt zich inmiddels breder zorgen maakt over inflatie en het toekomstige rentebeleid.
Chinese economie kruipt uit krimp
Vanuit China kwam ondertussen voorzichtig positief nieuws. De officiële industrie-PMI steeg van 49,8 naar 50,1. Alles boven 50 wijst op groei. Daarmee kwam na twee maanden een einde aan de krimp in de Chinese industrie.
Vooral hightechproductie, machines en consumentengoederen trokken aan. Ook de dienstensector keerde terug naar groei. De AI-investeringscyclus blijft daarbij een belangrijke steunpilaar voor de Chinese industrie.
September eindigt met één centrale vraag
De S&P 500 en Dow liggen op koers voor een negatieve septembermaand, terwijl de Nasdaq meer dan 1 procent hoger staat. Over het hele derde kwartaal staan de S&P 500 en Nasdaq ongeveer 2 procent in de plus.
Dat is opvallend sterk gezien de enorme rentestijging. De vraag is nu hoe lang dat kan blijven duren. Als de PCE-inflatie vandaag meevalt en de kans op verdere renteverhogingen verder afneemt, kan de obligatiemarkt eindelijk wat rustiger worden.
Maar valt de inflatie tegen, dan kan 5,3 procent op de Amerikaanse 10-jaarsrente zomaar niet het eindpunt blijken.
Het bericht Fed-topman keert rentevrees: kans op verhoging keldert naar 47 procent verscheen eerst op Newsbit.

