Wie naar de inflatiecijfers kijkt, ziet iets opvallends: zorgverzekeringen lijken goedkoper te worden. In de praktijk ervaren veel huishoudens juist het tegenovergestelde. Dat verschil is geen meetfout, maar het gevolg van hoe de Amerikaanse inflatiemeter is opgebouwd. Volgens de pseudonieme analist EndGame Macro zorgen dit soort zaken voor wantrouwen richting de officiële cijfers, en dat kan bitcoin weleens in de hand werken.
When the BLS measures health insurance in CPI, it’s not tracking what households actually pay in premiums. It’s tracking insurers margins. Specifically, the slice of premiums left over after medical claims are paid..what they call “retained earnings.” Roughly 80–85% of premiums… https://t.co/X7bfBH2Emj
— EndGame Macro (@onechancefreedm) January 14, 2026
Meetfouten in de inflatiecijfers?
De Bureau of Labor Statistics meet zorgverzekering in de CPI namelijk niet op basis van wat gezinnen aan premie betalen, maar op basis van de winstmarges van verzekeraars. Het gaat om het deel van de premie dat overblijft nadat medische claims zijn betaald, de zogeheten ‘retained earnings’.
Grofweg 80 tot 85 procent van de premie wordt elders in de CPI verwerkt, bij ziekenhuiszorg en artsenbezoeken. Slechts 15 tot 20 procent telt mee als ‘prijs van verzekering’. Dat voorkomt dubbeltelling van medische inflatie, maar het heeft een belangrijk bijeffect: de CPI volgt niet wat mensen uit hun loonstrook zien verdwijnen.
Waarom de index soms de verkeerde kant op beweegt
Omdat de index aan marges is gekoppeld, kan deze dalen terwijl premies stijgen. Als het zorggebruik toeneemt, meer behandelingen, hogere kosten, komen verzekeraars onder druk te staan. Hun marges krimpen en de CPI-component voor zorgverzekering daalt, zelfs als verzekeraars ondertussen de premies verhogen om dat verlies op te vangen.
Volgens de pseudonieme analist EndGame Macro is dat precies wat we de afgelopen jaren zagen. “Tijdens corona kelderde het zorggebruik, explodeerden de marges en schoot de index omhoog. Toen zorg normaliseerde, stegen claims, zakten marges in en kelderde de index met meer dan 30 procent,” stelt hij. “Op papier lijkt dat deflatie. In het echte leven betaalden gezinnen juist meer dan ooit.”
Gevoel versus statistiek
Ondertussen vertellen de premies een ander verhaal. Doorlopende stijgingen, vaak in de hoge enkele cijfers per jaar, duwen de kosten van gezinsdekking richting 27.000 dollar per jaar. De CPI kijkt daar grotendeels langsheen.
EndGame Macro noemt dat een vertekening. “De CPI is intern consistent, maar steeds minder verbonden met de werkelijkheid,” zegt hij. “Mensen voelen inflatie die statistisch ‘verdwijnt’. Zorgverzekering is daar een schoolvoorbeeld van.”
Wat betekent dit voor bitcoin?
Voor bitcoin is deze meetmethode indirect relevant. Wanneer de CPI inflatie lager laat uitvallen dan huishoudens ervaren, ontstaat er spanning tussen beleid en werkelijkheid. Dat kan de ruimte vergroten voor ruimer monetair beleid, terwijl de koopkracht onder druk blijft.
In zo’n omgeving wint het verhaal terrein dat traditionele statistieken tekortschieten. Bitcoin profiteert niet direct van één CPI-component, maar wel van het bredere beeld: inflatie die ‘meevalt’ op papier, terwijl kosten voor burgers blijven stijgen. Dat voedt de belangstelling voor alternatieven buiten het bestaande systeem.
De conclusie is nuchter: zolang inflatie wordt gemeten via marges in plaats van uitgaven, blijft de kloof bestaan. En zolang die kloof groeit, blijft het wantrouwen in officiële cijfers, en de interesse in alternatieven zoals bitcoin, onderdeel van het gesprek.
Het bericht Gevaarlijk signaal in Amerikaanse CPI, gevolgen voor bitcoin? verscheen eerst op Crypto Insiders.

