


De stijging van goud is volgens UBS nog niet klaar. In een column voor de Financial Times schrijft Bhanu Baweja, hoofdstrateeg bij UBS Investment Bank, dat de huidige bullmarkt in goud waarschijnlijk verder kan lopen. Die rally begon in 2018 en leverde tot nu toe een jaarlijks rendement van ongeveer 19 procent op.
Sinds het loslaten van de goudkoppeling in 1971 kende goud drie grote bullmarkten. De jaren 70, de periode van 1999 tot 2011 en de huidige cyclus vanaf 2018.
Volgens UBS wordt deze derde fase gedragen door drie belangrijke krachten, namelijk fiscale zorgen, aankopen door centrale banken en het feit dat obligaties minder goed beschermen tegen dalende aandelen.
Goud reageert anders dan vroeger
Normaal gesproken is goud erg gevoelig voor reële rentes. Als de voor inflatie gecorrigeerde rente stijgt, wordt goud minder aantrekkelijk. Het edelmetaal levert immers geen rente op.
Historisch betekende een stijging van de Amerikaanse reële rente met 1 procentpunt vaak een daling van goud met ongeveer 14 procent.
Maar sinds 2022 werkt dat verband veel minder goed. Volgens UBS veranderde alles nadat westerse landen de valutareserves van Rusland bevroren. Centrale banken en staatsfondsen moesten zich plotseling afvragen wat “veilig geld” eigenlijk nog betekent als staatsobligaties politiek geblokkeerd kunnen worden.
Het antwoord was goud. Sindsdien verhoogden opkomende markten hun goudallocatie van 5 tot 7 procent van hun reserves naar ongeveer 11 procent.
Obligaties beschermen minder goed
Een tweede steunpilaar is de veranderde relatie tussen aandelen en obligaties. Jarenlang boden obligaties bescherming wanneer aandelen daalden. Maar in een wereld met inflatieschokken, hoge begrotingstekorten en volatiele rentes werkt die hedge minder betrouwbaar.
Aandelen en obligaties kunnen tegelijk dalen. Daar profiteert goud van. Voor beleggers met grote aandelenposities wordt goud aantrekkelijker als diversificatie-instrument. Volgens de World Gold Council houden particuliere en institutionele beleggers nog maar ongeveer 3 procent van hun financiële assets in goud.
Fiscale dominantie als structurele motor
De derde factor is misschien de belangrijkste, het vertrouwen in overheidsfinanciën. De Amerikaanse staatsschuld bedraagt al ongeveer 40 biljoen dollar en kan de komende tien jaar opnieuw fors toenemen. Tegelijkertijd wil de VS voorkomen dat lange rentes te ver oplopen.
Als centrale banken uiteindelijk gedwongen worden beleid te voeren dat meer rekening houdt met begrotingsdruk dan met pure inflatiebestrijding, spreken we van fiscale dominantie.
Voor goud is dat gunstig. Lagere reële rentes, hogere term premia en twijfel over staatsfinanciën versterken samen de vraag naar een asset zonder tegenpartijrisico.
Het bericht Grote Zwitserse bank UBS: de goudprijs is nog niet klaar met stijgen verscheen eerst op Newsbit.

