S&P 500, wall streetS&P 500, wall street

Precies vijftig jaar geleden zette Jack Bogle een stap die de beleggingswereld voorgoed zou veranderen. Op 31 augustus 1976 lanceerde Vanguard het eerste indexfonds dat de S&P 500 volgde.

Wall Street maakte het initiatief aanvankelijk belachelijk, maar inmiddels is passief beleggen uitgegroeid tot een van de belangrijkste krachten op de financiële markten. Volgens Vanguard heeft indexbeleggen Amerikaanse beleggers alleen al honderden miljarden dollars aan kosten bespaard.

Wat begon als een vrijwel mislukte beursintroductie groeide uit tot een fonds met een vermogen van 1,67 biljoen dollar. Het verhaal laat vooral zien hoeveel verschil lage kosten over een periode van tientallen jaren kunnen maken.

Wall Street lachte om het indexfonds van Jack Bogle

Het idee achter indexbeleggen ontstond al lang voordat Vanguard zijn eerste fonds lanceerde. Bogle schreef in 1951 als student aan Princeton in zijn afstudeerscriptie dat beleggingsfondsen niet structureel beter presteren dan het marktgemiddelde. Ook benadrukte hij dat beleggers hun kosten zo laag mogelijk moesten houden.

Toch zou het nog 25 jaar duren voordat hij dat idee daadwerkelijk in de praktijk bracht.

Bogle maakte carrière bij Wellington Management en werd uiteindelijk voorzitter van het bedrijf. Opvallend genoeg verdedigde hij in die periode juist actief vermogensbeheer. In 1960 publiceerde hij onder het pseudoniem John B. Armstrong zelfs een artikel waarin hij een lans brak voor professioneel fondsbeheer.

Zijn carrière nam in 1974 een onverwachte wending. Bogle werd bij Wellington ontslagen vanwege een mislukte fusie die hij zelf had georganiseerd. Hij bleef echter voorzitter van elf beleggingsfondsen. Vanuit die positie ontstond uiteindelijk Vanguard.

Daarbij koos Bogle voor een opvallende bedrijfsstructuur. Vanguard werd geen traditionele onderneming die zoveel mogelijk winst voor externe aandeelhouders moest maken. De beleggers in de fondsen werden indirect de eigenaren van het bedrijf.

“Niemand kan twee heren tegelijk dienen”, zei Bogle daarover. Hij doelde daarmee op de spanning tussen de belangen van beleggers en die van de eigenaren van een vermogensbeheerder.

Vanuit Vanguard haalde Bogle zijn oude idee weer tevoorschijn. Op 31 augustus 1976 lanceerde hij de First Index Investment Trust, een fonds dat simpelweg de S&P 500 probeerde te volgen.

De ontvangst was dramatisch.

Bogle wilde aanvankelijk 150 miljoen dollar ophalen bij beleggers. Uiteindelijk kwam slechts 11,3 miljoen dollar binnen. Dat was zelfs te weinig om alle vijfhonderd aandelen uit de S&P 500 te kopen. Het fonds begon daarom met ongeveer 280 aandelen.

Bogle noemde het opgehaalde bedrag zelf een “complete mislukking”. Op Wall Street werd zijn initiatief spottend “Bogle’s Folly” genoemd. Indexbeleggen werd zelfs als “on Amerikaans” weggezet.

Toch weigerde Bogle zijn plan op te geven. Volgens Roger Wood, die destijds betrokken was bij de verkoop van het fonds, wilde effectenhuis Dean Witter de lancering na de tegenvallende belangstelling zelfs afblazen.

Bogle wilde daar niets van weten. Volgens Wood was zijn boodschap duidelijk: “Absoluut niet. Wij gaan ’s werelds eerste indexfonds hebben. Dit is het begin van iets groots.”

Van 11 miljoen naar 1,67 biljoen dollar

Die voorspelling bleek achteraf opvallend accuraat. Het oorspronkelijke indexfonds groeide in de daaropvolgende vijftig jaar uit tot een gigantisch beleggingsproduct. Alle aandelenklassen van het fonds, waaronder Vanguard 500 Index VFINX, beschikken inmiddels samen over ongeveer 1,67 biljoen dollar aan vermogen.

Ook de rest van de financiële sector veranderde mee. Indexfondsen en beursgenoteerde indexfondsen, beter bekend als ETF’s, zijn inmiddels niet meer weg te denken uit de beleggingswereld.

Volgens het Investment Company Institute zit er inmiddels vijftig procent meer vermogen in Amerikaanse indexfondsen en index ETF’s dan in actief beheerde Amerikaanse aandelenfondsen.

Dat is bijna het tegenovergestelde van de situatie waarmee Bogle in 1976 te maken kreeg.

Een belangrijk onderdeel van zijn filosofie was dat beleggers zo weinig mogelijk geld moesten verliezen aan kosten. Ongeveer zes maanden na de lancering van het eerste indexfonds stemde het bestuur van Vanguard daarom in met zijn voorstel om de instapkosten af te schaffen.

Die kosten waren bij de lancering nog fors. Wie in 1976 in het fonds stapte, betaalde aanvankelijk zes procent.

Juist het terugdringen van dergelijke kosten heeft beleggers uiteindelijk enorme bedragen opgeleverd. Vanguard schat dat Amerikaanse beleggers tussen 2000 en eind 2025 ongeveer 570 miljard dollar hebben bespaard dankzij passief indexbeleggen.

Daarbij gaat het alleen om Amerikaanse beleggers. De besparingen van beleggers in andere delen van de wereld zijn niet in dat bedrag meegenomen.

Het verschil ontstaat doordat kosten zich jarenlang opstapelen. Geld dat een belegger vandaag aan beheerkosten betaalt, kan morgen niet meer worden belegd. Daardoor mist niet alleen dat bedrag rendement, maar ook het toekomstige rendement dat daarop verdiend had kunnen worden.

Over tientallen jaren kan dat effect enorm worden.

Belegging van 15.000 dollar groeide naar miljoenen

Ook het rendement van het oorspronkelijke fonds laat zien hoeveel er in vijftig jaar kan veranderen. Een belegger die bij de lancering 15.000 dollar in het indexfonds had gestoken en de belegging had aangehouden, zou volgens een berekening van financieel adviseur Allan Roth inmiddels meer dan 3,6 miljoen dollar hebben.

Het succes van indexbeleggen kwam overigens niet uitsluitend voort uit Bogle. Het idee om simpelweg een marktindex te volgen bestond al voordat Vanguard zijn fonds lanceerde. Er waren bijvoorbeeld institutionele beleggingsproducten die waren gebaseerd op de S&P 500.

Ook Nobelprijswinnaar Paul Samuelson pleitte eind 1974 al voor een goedkoop fonds dat de aandelenmarkt zo nauwkeurig mogelijk zou volgen.

De kans is daarom groot dat iemand uiteindelijk een vergelijkbaar indexfonds zou hebben opgericht als Bogle dat niet had gedaan.

De bijzondere rol van Bogle zat vooral in de combinatie van indexbeleggen, lage kosten en de structuur van Vanguard. Omdat het bedrijf niet was ingericht om de winst voor externe aandeelhouders te maximaliseren, konden lagere kosten rechtstreeks ten goede komen aan beleggers.

Opmerkelijk genoeg speelde zijn ontslag bij Wellington daarbij mogelijk een doorslaggevende rol. Zijn zoon Andrew Bogle denkt dat het moeilijker zou zijn geweest om het radicale idee binnen Wellington door te voeren.

Juist het mislukken van een eerdere stap in Bogles carrière gaf hem daarmee de ruimte om een fonds te bouwen dat aanvankelijk vrijwel niemand wilde hebben.

Vijftig jaar later is die mislukte lancering moeilijk nog als een mislukking te zien. Het fonds dat met slechts 11,3 miljoen dollar begon, groeide uit tot een beleggingsproduct met 1,67 biljoen dollar aan vermogen. Tegelijkertijd veranderde het onderliggende idee de manier waarop miljoenen mensen hun geld beleggen.

Het bericht Het fonds dat niemand wilde, is vijftig jaar later de standaard verscheen eerst op Newsbit.

Wil je op de hoogte blijven van het laatste nieuws, artikelen en YouTube video’s? Abonneer je dan op onze push-berichten op Telegram of Twitter.
Heb je vragen of wil je in contact komen met andere crypto fanaten join dan onze  Telegram chat!