Onlangs kreeg ik het boek The Price of Tomorrow van Jeff Booth cadeau. Van meerdere mensen had ik al lovende verhalen gehoord, en nu had ik het eindelijk in handen.
Booth, voormalig tech-ondernemer, beschrijft iets wat me direct aangreep: onze economie lijkt op een loopband. We rennen steeds harder – meer schulden, meer geldcreatie, grotere interventies van centrale banken – alleen maar om er uiteindelijk nog slechter voor te staan.
Tip: In de nieuwste aflevering van De Cryptotafel bespreken onze hosts waarom de cryptomarkt stokt, waar de kansen liggen en wat bepalend wordt voor 2026. Luister ‘m hier of volg ons.
De paradox tussen technologie en schuld
De paradox die Booth beschrijft is elegant door haar eenvoud. Aan de ene kant zien we exponentieel groeiende technologie. Kunstmatige intelligentie maakt steeds meer producten en diensten goedkoper doordat de productiviteit stijgt en de marginale kosten naar nul naderen. In theorie zou dat geweldig moeten zijn: hogere efficiëntie, lagere prijzen en een overvloed aan producten en diensten.
Aan de andere kant hebben we een schuldgedreven monetair systeem dat deflatie niet verdraagt. Geld wordt gecreëerd door schuld. Het systeem kan alleen blijven functioneren zolang de schuld blijft groeien. Treedt er deflatie op – de koopkracht van een euro neemt toe – dan stijgt ook de reële waarde van je schuld. Voor financiële instellingen en overheden met torenhoge schulden is dat desastreus.
Laveren tegen de wind
Centrale banken reageren hierop met monetaire versoepeling. Ze verlagen de rente en hebben in veel gevallen hun verkrappingsbeleid (quantitative tightening) afgeremd of stopgezet.
Formeel is er in de meeste economieën momenteel geen nieuwe grootschalige ronde van quantitative easing gestart, maar de combinatie van torenhoge schulden en een arbeidsmarkt die onder druk komt door AI-gedreven productiviteitsgroei maakt het aannemelijk dat balansverruiming opnieuw als instrument wordt ingezet.
Zo proberen centrale banken tegen deflatoire krachten in te sturen, als een zeiler die tegen de wind in probeert te laveren. Je maakt in eerste instantie misschien nog vaart, maar op een gegeven moment kom je tot stilstand of val je zelfs achteruit.
Want de schuld stapelt zich op. De totale wereldwijde schuld bedraagt inmiddels rond de 250 biljoen dollar, terwijl de wereldeconomie ongeveer 80 biljoen dollar groot is. De schuld is dus grofweg drie keer zo groot als de economie zelf.
Booth vat het scherp samen:
“Het creëert een systeem waarin geld voor altijd moet blijven groeien. Het moet voortdurend worden gemanipuleerd. Want zodra deflatie optreedt in een schuldbeladen systeem, stort alles in.”
Schaarste als feature, niet als bug
De conclusie van Booth is helder: Vanwege het gelimiteerde aantal omarmt Bitcoin deflatie in plaats van deze te bestrijden. Hij ziet het als de meest logische kandidaat om het huidige schuldenstelsel te vervangen. Maar dan rest de vraag: wat gebeurt er als je zo’n Bitcoin standaard koppelt aan een wereld waarin AI en andere technologische ontwikkelingen alles steeds goedkoper maken?
Vanuit het traditionele economische gedachtegoed krijg je dan het standaard verweer: deflatie remt consumptie, knijpt groei af en schaadt werkgelegenheid en economie. Waarom zou je vandaag geld uitgeven als het morgen meer waard is?
Maar hoe langer ik erover nadenk, hoe minder overtuigend dat klinkt. Mensen stoppen niet ineens met eten, wonen, reizen of ondernemen omdat hun geld in waarde toeneemt. De behoefte aan goederen en diensten blijft; wat verandert, is waar en hoe we ons geld uitgeven.
Echte welvaart
In een Bitcoin-standaard verandert fundamenteel hoe we naar bezit kijken. Een huis is geen ‘investering‘ meer die in waarde stijgt, maar een gebruiksgoed dat in Bitcoin-termen daalt naarmate bouwtechnologie verbetert. Een aandeel genereert alleen waarde als het onderliggende bedrijf échte productiviteitswinst boekt, niet door monetaire inflatie.
Rijkdom bouwen doe je niet langer door assets vast te houden in afwachting van prijsstijgingen, maar door waarde te creëren in een steeds efficiëntere economie. Of simpelweg door te sparen – want je koopkracht groeit mee met technologische vooruitgang.
De prikkelstructuur voor discretionaire uitgaven verandert hiermee compleet. Als ik weet dat mijn geld over vijf jaar waarschijnlijk meer waard is, voelt elke aankoop als een bewuste afweging. Wegwerpconsumptie wordt een slechte deal: je ruilt toekomstige koopkracht voor iets dat snel zijn waarde heeft verloren.
De economie van kwaliteit
Intuïtief geloof ik daarom dat mensen in zo’n systeem eerder kiezen voor kwaliteit: producten die langer meegaan, reparabel zijn, onder betere omstandigheden gemaakt zijn en juist waarde behouden op de lange termijn.
Ik zie drie potentiële effecten.
- De levenskwaliteit kan stijgen, zelfs bij lagere economische groei, omdat je per euro meer duurzame waarde terugkrijgt.
- De druk op grondstoffen en de planeet neemt af, omdat de prikkel voor wegwerpproducten wordt geremd.
- De economie verschuift van kwantiteit naar kwaliteit, met minder focus op hogere volumes en meer naar het beste product voor gebruiker en samenleving.
Niemand weet zeker of het ooit zo zal uitpakken, maar het nodigt me in ieder geval uit om de dominante aanname dat deflatie per definitie gevaarlijk is te bevragen. Als technologie structureel deflatoir is en Bitcoin die logica in het geld zelf inbouwt, vraag ik me steeds meer af of het niet logischer is dat ons monetaire systeem zich daartoe verhoudt.
Ondertussen draait de loopband in elk geval steeds sneller. Hoelang kunnen we blijven rennen voordat we onszelf, de planeet en de economie compleet hebben uitgeput? Hoeveel schulden kunnen we nog stapelen en hoeveel interventies moeten centrale banken nog plegen, voordat we over onszelf struikelen en onvermijdelijk ten val komen?
Het bericht Onze schuldeneconomie is een loopband, en we lopen ons kapot verscheen eerst op Crypto Insiders.

