Onder de oppervlakte is een verdeling ontstaan die zelfs tijdens de internetzeepbel van 2000 minder scheef was. Een kleine groep beursreuzen heeft inmiddels uitzonderlijk veel invloed.
In het kort:
- De vijftien grootste bedrijven vertegenwoordigen samen een recordaandeel van 46,7 procent in de S&P 500.
- Nvidia, Apple, Alphabet en Microsoft wegen samen zwaarder dan de elf bedrijven die daarna volgen.
- De hoge concentratie is geen bewijs voor een naderende beurscrash, maar maakt de index gevoeliger voor enkele grote bedrijven.
Vier bedrijven wegen zwaarder dan de volgende elf
Financieel platform The Kobeissi Letter deelde woensdag cijfers van marktonderzoeker Bespoke Investment Group op X. Nvidia is volgens die analyse met 7,5 procent de zwaarste naam in de index. Daarna volgen Apple met 7,1 procent, Alphabet met 5,9 procent en Microsoft met 5,6 procent.
BREAKING: The 15 largest S&P 500 stocks now account for a record 46.7% of the index’s market value.
By comparison, during the 2000 Dot-Com Bubble, the 15 largest stocks accounted for 27.2% of the S&P 500.
The remaining 485 stocks represent just 53.3% of the S&P 500’s market… pic.twitter.com/7Z6biUxGVP
— The Kobeissi Letter (@KobeissiLetter) October 21, 2026
Samen zijn deze vier bedrijven goed voor 26,1 procent van de S&P 500. De volgende elf grootste bedrijven komen gezamenlijk uit op 20,6 procent.
De vijf grootste bedrijven, met Amazon erbij, hebben volgens dezelfde analyse zelfs evenveel beurswaarde als de 434 kleinste bedrijven in de index samen.
Waarom een index met 500 namen toch scheef kan zijn
De S&P 500 verdeelt het gewicht niet gelijk over alle aandelen. Volgens S&P Dow Jones Indices telt een bedrijf zwaarder mee naarmate de vrij verhandelbare beurswaarde groter is.
Een koersbeweging bij Nvidia of Apple heeft daardoor veel meer invloed op de index dan een even grote beweging bij een kleiner bedrijf.
Dat is belangrijk voor beleggers die een fonds op de S&P 500 zien als een gelijkmatige spreiding over honderden bedrijven. Zo’n fonds bevat wel veel verschillende namen, maar een relatief groot deel van het geld volgt inmiddels slechts enkele beursreuzen.
Vergelijking met 2000 vraagt om nuance
Het verschil met de internetzeepbel bedraagt 19,5 procentpunt. Toch bewijst de vergelijking niet dat de beurs opnieuw vlak voor een grote daling staat. De cijfers zeggen alleen hoe de waarde binnen de index is verdeeld, niet of bedrijven te duur zijn of wanneer hun koersen kunnen dalen.
Wie de spreiding van een S&P 500-fonds wil beoordelen, moet daarom niet alleen naar het aantal bedrijven kijken, maar ook naar hun onderlinge gewichten.

