De spelregels veranderen. Nederland werkt aan een belastingstelsel waarin niet alleen werkenden, maar ook spaarders en beleggers zwaarder worden belast. Volgens financieel analist Arno Wellens schuift de definitie van ‘rijk” langzaam maar zeker omlaag. Dat heeft mogelijk grote gevolgen voor de middenklasse.
Van breaking news tot opvallende koersbewegingen: 27.000 Nederlanders volgen ons op Instagram.
Met dit bedrag ben je al vermogend in Nederland
In de podcast van Michaël van de Poppe draait Arno Wellens er niet omheen. Volgens hem ligt de lat voor “rijkdom” in Nederland verrassend laag. Terwijl veel mensen bij het woord vermogend denken aan miljonairs of mensen met meerdere huizen, wijst hij op een veel lager bedrag.
In Nederland is het maar 60.000 euro. Heb je dit als spaargeld, dan word je als zeer vermogend gezien.”
Met zo’n bedrag hoor je dus officieel bij de vermogenden. Dat gaat niet over miljonairs of mensen met een villa en een jacht, maar over Nederlanders die jarenlang netjes hebben gespaard of geïnvesteerd.
Solidariteit vindt Wellens op zichzelf geen gek idee. Sterkere schouders mogen best wat meer dragen. Maar als de overheid de definitie van ‘rijk’ steeds verder oprekt, verschuift de belastingdruk automatisch richting de middenklasse.
Extra werken loont nauwelijks
Niet alleen vermogen staat onder druk, ook arbeid. Volgens Wellens lopen sommige werkenden tegen een extreem hoge marginale belastingdruk aan. Wie extra uren draait, bijvoorbeeld in sectoren met grote personeelstekorten, ziet daar netto soms bijna niets van terug.
En daar zit volgens Wellens een duidelijke grens. Als extra werken financieel niet loont, stoppen mensen simpelweg met die extra inzet. Dat raakt uiteindelijk niet alleen werknemers, maar ook de economie en de belastinginkomsten zelf.
Belasting betalen over winst die je niet hebt
Wanneer hogere inkomstenbelasting politiek of economisch lastig wordt, verschuift de focus naar vermogen. En daar wordt het debat pas echt gevoelig. De kern van de discussie: het belasten van ongerealiseerde winsten.
Dat klinkt technisch, maar het principe is simpel. Je belegging stijgt in waarde, maar je verkoopt niets. Je winst bestaat alleen op papier. Toch kan de fiscus die waardestijging behandelen alsof je hem al hebt geïncasseerd.
Belasting betalen over papieren winst
Stel dat je 1 miljoen euro investeert. De markt stijgt met 20 procent en je portefeuille is ineens 1,2 miljoen euro waard. Op papier heb je 200.000 euro winst. Maar dat geld staat niet op je bankrekening, het zit nog in je belegging.
Toch moet je daar belasting over betalen. In het voorbeeld waar Wellens op doelt, zou dat neerkomen op tienduizenden euro’s, terwijl je niets hebt verkocht. Hij vat het zo samen:
Je wordt belast over de waardestijging alsof je die hebt gerealiseerd. Maar je hebt die winst helemaal niet verzilverd.”
Wat betekent dit voor beleggers en crypto-investeerders?
Voor lange termijn beleggers is dit extra pijnlijk. Veel beleggers kiezen voor een zogeheten ‘buy-and-hold-strategie’: kopen, vasthouden en het rendement zijn werk laten doen. Dat werkt dankzij het rente-op-rente-effect, oftewel winst die weer nieuwe winst oplevert.
Maar als de overheid tussentijds belasting heft over papieren winsten, wordt dat sneeuwbaleffect afgeremd. Een deel van het groeikapitaal verdwijnt voordat het verder kan renderen. En dat scheelt op de lange termijn aanzienlijk.
Het bericht Waarom straks iedereen in Nederland ‘rijk’ is volgens Arno Wellens verscheen eerst op Crypto Insiders.

