

De onrust op de financiële markten loopt verder op. De rente op Amerikaanse staatsobligaties met een looptijd van dertig jaar is gestegen naar het hoogste niveau sinds 2002. Tegelijkertijd is de olieprijs door de grens van 100 dollar per vat gebroken. Daardoor groeit de vrees dat de inflatie opnieuw kan oplopen en de Amerikaanse centrale bank langer moet vasthouden aan hoge rentes.
De rente op dertigjarige Amerikaanse staatsobligaties steeg woensdag naar 5,72 procent. De beweging bleef niet beperkt tot de Verenigde Staten. Ook op Europese obligatiemarkten liepen de rentes stevig op.
Olieprijs boven 100 dollar zorgt voor nieuwe inflatievrees
De directe aanleiding voor de nieuwe onrust is de sterke stijging van de olieprijs. Nieuwe Iraanse aanvallen op de scheepvaart in de Straat van Hormuz zorgden ervoor dat Brentolie volgens Bloomberg boven 102 dollar per vat uitkwam.
Dat is belangrijk voor de financiële markten. Een langdurig hoge olieprijs kan de inflatie aanwakkeren, omdat energie een belangrijke kostenpost is voor huishoudens en bedrijven. Daardoor kan de Amerikaanse centrale bank gedwongen worden de rente langer hoog te houden of zelfs opnieuw te verhogen.
Op de rentemarkt wordt inmiddels een kans van 24 procent ingeprijsd dat de Federal Reserve deze maand de rente verhoogt. Een volledige renteverhoging wordt volgens de bron voor het einde van het jaar ingeprijsd.
“We continue to think the market remains caught between attractive outright yield levels and an oil story that refuses to fade,” zegt Evelyne Gomez-Liechti, multi-assetstrateeg bij Mizuho International.
Vrij vertaald ziet zij beleggers gevangen tussen aantrekkelijke rendementen op staatsobligaties en een oliecrisis die maar niet naar de achtergrond verdwijnt.
Ook Europa voelt de gevolgen. De rente op Britse staatsobligaties met een looptijd van dertig jaar keerde terug naar zes procent. Vergelijkbare Franse obligatierentes stegen met maximaal 14 basispunten.
Beleggers eisen hogere vergoeding voor risico
Niet alleen de olieprijs speelt een rol. Beleggers vragen ook steeds meer compensatie om hun geld voor tientallen jaren uit te lenen aan de Amerikaanse overheid.
Deze extra vergoeding wordt de termijnpremie genoemd. Die is sinds de rentevergadering van de Federal Reserve in september verder opgelopen. Voor dertigjarige Amerikaanse staatsobligaties stond deze maatstaf volgens gegevens van Bloomberg Economics dinsdag op het hoogste niveau sinds 2011.
Volgens Ralf Preusser, rentestrateeg bij Bank of America, draait de verkoopgolf op de obligatiemarkt vooral om veranderende verwachtingen voor centrale banken. “The bond bear market since the start of the year is primarily a story of central bank repricing,” aldus Preusser.
Daar komen zorgen over de snel oplopende overheidstekorten bovenop. Wanneer overheden veel geld moeten lenen, neemt het aanbod van staatsobligaties toe. Beleggers kunnen vervolgens een hogere rente eisen om die schuld te financieren.
De combinatie van grote begrotingstekorten, geopolitieke spanningen, hogere energieprijzen en het vooruitzicht van langdurig hoge beleidsrentes heeft de druk op obligaties de afgelopen maanden opgevoerd. Eerder deze week bereikte de Amerikaanse tienjaarsrente 5,342 procent. De dertigjaarsrente kwam toen uit op 5,683 procent, destijds het hoogste niveau in 24 jaar.
De gevolgen reiken verder dan alleen de obligatiemarkt. Hogere staatsrentes maken relatief veilige Amerikaanse staatsobligaties aantrekkelijker voor beleggers die rendement zoeken. Daardoor kunnen sectoren die traditioneel populair zijn vanwege hun inkomsten en dividend, waaronder vastgoed, nutsbedrijven en grondstoffenbedrijven, kapitaal zien wegstromen.
Het bericht Amerikaanse rente op hoogste niveau sinds 2002 door olie boven $100 verscheen eerst op Newsbit.

