De Raad van State is zeer kritisch over de nieuwste box 3-plannen van het kabinet en adviseert twee jaar uitstel. Daardoor kan de invoering van de nieuwe belasting op werkelijk rendement verschuiven van 2028 naar 2030.
Advies zet planning voor 2028 onder druk
De Raad van State ziet grote uitvoeringsproblemen bij het aangepaste wetsvoorstel. De onafhankelijke adviseur van kabinet en parlement raadt daarom aan om de invoering niet in 2028, maar twee jaar later te laten plaatsvinden.
Dat is een belangrijke tegenvaller voor minister van Financiën Eelco Heinen. Hij zei vorige week nog voldoende politieke steun te hebben gevonden. In ons eerdere artikel bleef vooral de definitieve uitwerking van de plannen onzeker. Nu staat ook de beoogde ingangsdatum onder druk.
Het kabinet is niet verplicht het advies te volgen. Het kan de wet aanpassen of gemotiveerd vasthouden aan 2028. De huidige planning van de Rijksoverheid gaat nog altijd uit van 1 januari 2028.
Cryptobezitters wachten mogelijk tot 2030
Box 3 omvat onder meer spaargeld, aandelen, een tweede woning en cryptomunten. Het kabinet wil uiteindelijk belasting heffen over het werkelijk behaalde rendement in plaats van alleen met vaste percentages te rekenen.
Voor directe cryptobezitters dreigde binnen de plannen een tussensituatie. Financiële producten zoals aandelen zouden vanaf 2028 grotendeels pas bij verkoop worden belast. Rechtstreeks aangehouden crypto kon nog tot 2030 jaarlijks worden belast over de waardestijging, ook zonder verkoop.
Als het hele nieuwe stelsel twee jaar wordt uitgesteld, blijft het huidige tijdelijke systeem waarschijnlijk langer bestaan. Daarbij berekent de Belastingdienst eerst een verondersteld rendement. Wie in werkelijkheid minder verdiende, kan via de tegenbewijsregeling om een lagere heffing vragen.
De precieze gevolgen hangen nu af van de reactie van het kabinet en de definitieve wettekst. Pas daarna wordt duidelijk of 2028 haalbaar blijft en welke regels cryptobezitters vanaf dat jaar werkelijk krijgen.

