US Capitol in WashingtonUS Capitol in Washington

Het gebeurde deze week vier keer, telkens op een andere plek in het financiële systeem. Pensioenfondsen willen zich beter beschermen tegen een dalende dollar.

De Nederlandsche Bank haalt goud weg uit New York. Het grootste staatsfonds ter wereld wil minder geld in Amerikaanse staatsobligaties steken. En grote vermogensbeheerders kopen goud bij.

Los van elkaar zijn het opvallende ontwikkelingen. Samen wijzen ze op een bredere verschuiving. Enkele van de grootste beleggers ter wereld lijken hun afhankelijkheid van de Verenigde Staten stap voor stap te verkleinen. De dollar en Amerikaanse staatsobligaties blijven belangrijk, maar worden minder vanzelfsprekend als fundament van hun portefeuille.

Signaal 1: DNB verplaatst 86 ton goud

Het eerste signaal kwam woensdag. De Nederlandsche Bank maakte bekend dat het 86 ton goud verplaatst van New York en Ottawa naar Londen.

DNB wil daarmee een groter deel van zijn goudvoorraad bewaren op een plek waar het snel verhandelbaar is. De centrale bank noemt daarnaast geopolitieke redenen en crisisparaatheid als onderdeel van de afweging.

Na de verhuizing ligt 32,1 procent van de Nederlandse goudvoorraad in Londen en 30,8 procent in New York. Ongeveer 18,6 procent blijft in Amsterdam en 18,5 procent in Ottawa.

Nederland staat daarin niet alleen. Frankrijk haalde vrijwel tegelijkertijd 129 ton goud weg uit New York.

Dat betekent niet automatisch dat centrale banken de Verenigde Staten niet langer vertrouwen. Het laat wel zien dat landen bewuster nadenken over waar hun fysieke goud ligt opgeslagen en hoe snel ze daar in een crisis over kunnen beschikken.

Ook de timing valt op. Nog geen week eerder maakte Bundesbank-president Joachim Nagel bekend dat de Verenigde Staten zonder voorafgaand overleg euro’s hadden verkocht om de Japanse yen te ondersteunen.

Grote beleggers verkleinen hun afhankelijkheid van de VS. Download de Newsbit-app en blijf direct op de hoogte.

Signaal 2: pensioenfondsen beschermen zich tegen zwakkere dollar

Een dag later volgde het volgende signaal. Uit cijfers van Bloomberg blijkt dat grote pensioenfondsen buiten de Verenigde Staten zich mogelijk beter willen beschermen tegen een dalende dollar.

Deze fondsen hebben voor enorme bedragen aan Amerikaanse beleggingen. Als de dollar daalt, worden die beleggingen omgerekend naar hun eigen munt minder waard.

Tot nu toe beschermden veel pensioenfondsen zich maar beperkt tegen dat risico. Uit cijfers over pensioenfondsen in zes landen blijkt dat gemiddeld slechts 41 procent van hun blootstelling aan de dollar is afgedekt.

Jarenlang was dat geen groot probleem. Wanneer aandelenmarkten daalden, werd de dollar vaak juist sterker. De stijgende dollar ving daardoor een deel van de verliezen op aandelen op.

Maar die natuurlijke bescherming werkt minder goed dan voorheen. Pensioenfondsen overwegen daarom een groter deel van hun dollarposities af te dekken tegen een verdere daling van de Amerikaanse munt.

En juist dat kan de dollar extra onder druk zetten. Om zich tegen een dalende dollar te beschermen, moeten fondsen in de praktijk dollars verkopen. Als de onderzochte pensioenfondsen hun afdekking met slechts vijf procentpunt verhogen, kan dat al neerkomen op ongeveer 230 miljard dollar aan extra verkoopdruk.

Signaal 3: Noors staatsfonds wil minder staatsobligaties

Vrijdag kwam daar een derde ontwikkeling bij. Norges Bank Investment Management, beheerder van het Noorse staatsfonds van ongeveer 2,3 biljoen dollar, adviseert om het aandeel staatsobligaties in zijn obligatieportefeuille terug te brengen van 70 naar 50 procent.

Volgens de Financial Times zou daardoor per saldo ongeveer 106 miljard dollar uit wereldwijde staatsobligaties verdwijnen. Bij Amerikaanse Treasuries zou het naar schatting om ongeveer 80 miljard dollar gaan.

Daarbij is een belangrijke nuance nodig. Het Noorse fonds neemt niet massaal afscheid van de dollar. De totale blootstelling aan de Amerikaanse munt blijft vrijwel gelijk, omdat een deel van het geld verschuift naar Amerikaanse hypotheekobligaties.

Het signaal is daardoor subtieler. Een van de grootste langetermijnbeleggers ter wereld wil binnen zijn defensieve portefeuille minder zwaar leunen op staatsobligaties en zoekt naar andere manieren om zijn geld relatief veilig te beleggen.

Signaal 4: grote beleggers kopen goud

En er was deze week nog een opvallende ontwikkeling. Meer dan twaalf grote vermogensbeheerders met gezamenlijk ongeveer 27 biljoen dollar onder beheer hebben hun goudposities uitgebreid of houden vast aan hun bestaande positie.

Amundi verwacht bijvoorbeeld dat de goudprijs voor het einde van het jaar weer richting 5.000 dollar kan stijgen.

Daarmee sluiten grote vermogensbeheerders aan bij een ontwikkeling die al langer zichtbaar is bij centrale banken. Zij kochten tussen april en juni gezamenlijk netto 289 ton goud. Volgens de World Gold Council was dat een record voor een tweede kwartaal.

De VS is niet langer de enige veilige keuze

Van een massale vlucht uit de dollar is geen sprake. Wel lijkt de vanzelfsprekendheid waarmee grote beleggers jarenlang op de Verenigde Staten vertrouwden af te nemen.

Dat gebeurt terwijl de Amerikaanse staatsschuld verder oploopt en de tienjaarsrente het hoogste niveau sinds 2023 heeft bereikt. De dollar blijft dominant, maar grote beleggers lijken zich steeds nadrukkelijker voor te bereiden op een wereld waarin de VS minder vanzelfsprekend de veilige keuze is.

Het bericht Vier keer in één week: het grote geld sluipt weg uit Amerika verscheen eerst op Newsbit.

Wil je op de hoogte blijven van het laatste nieuws, artikelen en YouTube video’s? Abonneer je dan op onze push-berichten op Telegram of Twitter.
Heb je vragen of wil je in contact komen met andere crypto fanaten join dan onze  Telegram chat!